General
Motors Corporation - (nl)
Voorgeschiedenis
In 1897 richtte Ransom Olds de Olds Motor Vehicle Company op die auto's
begon te bouwen onder de merknaam Oldsmobile.
Op 8 mei 1899 fuseerde dat bedrijf met Olds Gasoline Engine Works tot Olds
Motor Works. Dat bedrijf bouwde de eerste echte autofabriek van de
Verenigde Staten in Detroit. Oldsmobile is het oudste merk waarvan General
Motors eigenaar is. Ook het Duitse bedrijf Opel begon in 1899 met de bouw
van auto's. Opel werd later GM's tweede overname in Europa en is nog
steeds de belangrijkste afdeling van GM Europe.
In 1902 werd Cadillac gevormd. Ook dit merk zou later in handen van GM
komen. In 1903 werd Buick opgericht. Boven Buick zou later de General
Motors-holding gevormd worden. In 1907, tenslotte, werd de Oakland Motor
Car Company opgericht. Dit was de voorloper van het latere Pontiac.
Oprichting
Op 16 september 1908 werd General Motors Company opgericht in Flint,
Michigan onder leiding van William Durant. General Motors begon als een
holding boven het merk Buick.
Op 12 november 1908 werd Oldsmobile het tweede merk van GM. Op 20 januari
1909 werd GM via een aandelenruil voor de helft eigenaar van Oakland Motor
Car Company. Enkele maanden later kwam ook de resterende helft in handen
van GM. Op 29 juli datzelfde jaar werd Cadillac overgenomen voor $5,5
miljoen. Ook al dat jaar werd de Rapid Motor Vehicle Company overgenomen.
Deze vrachtwagenbouwer was de voorloper van GMC. General Motors wilde ook
Ford Motor Company overnemen voor $9,5 miljoen, maar de lening hiervoor
werd geweigerd. Na al die overnames had GM een pak schulden en in 1910
verloor Willian Durant de controle over GM aan de schuldeisers.
In 1911 richtte hij samen met Louis Chevrolet de Chevrolet Motor Company
op. Met de winsten van

Chevrolet kon Durant in 1916 meerderheidsaandeelhouder van General Motors
worden en zo opnieuw aan het roer van GM komen. Chevrolet werd daarbij een
aparte divisie van het concern. Op 13 oktober 1916 werd vanuit de General
Motors Company het nieuwe General Motors Corporation opgericht. United
Motors Corporation, een holding die Durant in 1916 creeërde, wordt in
1918 opgenomen in GM en daar in 1919 opgelost.
In 1919 werd ook General Motors of Canada gevormd met McLaughlin Motor Car
Company en Chevrolet Motor Company of Canada. GM nam dat jaar ook de
Dayton Wright Company, een vliegtuigbouwer, over. In 1929 werd dat bedrijf
weer verkocht aan Fokker.
Wereldwijde groei
In 1920 opende General Motors haar eerste kantoor in Azië.
In 1922 werd dit kantoor van Manilla naar Shanghai verhuisd. Ook in 1920
nam William Durant ontslag als directeur ten voordele van Pierre duPont.
In 1923 werd die laatste vervangen door Alfred Sloan. Dat jaar werd ook de
eerste fabriek buiten Noord-Amerika geopend in Kopenhagen, Denemarken.

Op 7 januari 1924 kwam daar de eerste Chevrolet van de lopende band. De
voertuigen waren bestemd voor de Noord-oost Europese markt. De naam van de
divisie was General Motors International A/S. Met General Motors
Continental werd in 1925 een gelijkaardige divisie opgericht in Antwerpen,
België. Verder nam GM dat jaar het Britse Vauxhall over voor $2,5 miljoen
en werd in Brazilië GM do Brasil opgericht. Ook in Argentinië werd een
fabriek geopend en in Málaga, Spanje werd het eerste buitenlandse
distributie centrum geopend. In Frankrijk en Berlijn werd tevens een
kantoor geopend. Ook werd General Exchange Insurance Corp. opgericht voor
autoverzekeringen.
In 1926 werd in Port Elizabeth, Zuid-Afrika de eerste Afrikaanse divisie
opgericht en in Australië werd een divisie met 5 fabrieken gestart. Ook
in Nieuw-Zeeland, Japan, Egypte en Uruguay worden divisies opgericht.
Tevens werd in dat jaar vanuit de Oakland-divisie het nieuwe merk Pontiac
gelanceerd. In 1928 wordt de eerste autofabriek in India opgestart.
In 1929 werd het concern uitgebreid met de overname van Opel. GM kreeg 80%
van de Opel-aandelen in handen. De resterende 20% volgden in 1931. GM
introduceert zich ook in de commerciële vliegtuigbouw via een belang van
40% in Fokker en een belang in Allison Engeneering Company. Die overnames
leverden technologie op die ook in de autoindustrie toepassing vond.
In 1931 fuseerde GM Australië met het lokale merk Holden. Dankzij de vele
buitenlandse divisies stegen de verkopen buiten Noord-Amerika in 1938 tot
350.000 stuks.
Tweede Wereldoorlog
De jaren '40 werden ingezet met de productie van de 25 miljoenste auto op
11 januari 1940. Nazi-Duitsland nam dat jaar de controle over Opel over.
William Knudsen van GM werd door president Roosevelt aangesteld als hoofd
van de Amerikaanse oorlogsproductie.
Vanaf 1942 produceerde General Motors enkel nog oorlogsuitrusting. Het
concern maakte onder andere vliegtuigen, vliegtuigmotoren en -onderdelen,
vrachtwagens, tanks, scheepsmotoren, kanonnen en granaten voor de
geallieerden; In totaal voor meer dan $12,3 miljard.

In 1943 nam GM Yellow Truck & Coach over waarmee GMC Truck & Coach
Division werd gevormd. In december 1945 begint de UAW, de vakbond van de
autoindustrie in de VS, een staking voor meer loon. Op 13 maart 1946 wordt
de staking beïndigd met een loonsverhoging. Op 1 november 1948 verkrijgt
GM opnieuw de controle over Opel. De fabrieken, die in 1944 zwaar
beschadigd werden door bombardementen en die na de oorlog grotendeels
leeggehaald werden en naar Rusland overgebracht, werden weer opgebouwd en
waren in 1950 weer volledig operationeel.
In 1948 werd in Caracas, Venezuela de eerste autofabriek van dat land
opgestart.
Na de oorlog
In 1953 nam GM Euclid Road Machinery over, een producent van
grondbewerkingsmachines. In 1958, de 50ste verjaardag van het concern,
demonstreerde men een geleidde auto. Hiermee werd de mogelijkheid van
auto's die over autosnelwegen geleid worden gesuggereerd.
In 1959 werd de Defense Systems Division opgericht voor het ontwerp en de
ontwikkeling van wapensystemen. De divisie werd in 1962 ondergebracht bij
de Research Laboratories onder de naam GM Defense Research Laboratories.
Ook in 1962 overstijgt het aantal aandeelhouders van GM de 1.000.000 en
viert dochter Opel haar 100ste verjaardag. Opel opent tevens een nieuwe
fabriek in Bochum, Duitsland. In 1967 produceert General Motors haar 100
miljoenste in de VS gebouwde auto. Dat jaar werd het bedrijf ook
gereorganiseerd. De Operating Divisions wordt in 2 gesplitst: in auto,
vrachtwagen, koetswerk, assemblage en onderdelen en in buitenland,
niet-automobiel en defensie.
In 1969 wordt GM Chile S.A. opgericht in Chili en fuseren alle divisies in
Canada onder GM of Canada. Noemenswaardig is ook dat GM de
navigatiesystemen ontwikkelde die voor de Apollo 11-missie naar de maan
werden gebruikt.
De oliecrisis
In 1970 kondigt directeur Edward Cole een programma aan dat in 2 fasen het
gebruik van loodvrije benzine moet verspreiden in de VS.
In 1971 krijgen alle modellen in de VS en Canada motoren die loodvrije
benzine of benzine met een laag loodgehalte verdragen. Soortgelijke
programma's worden aangekondigd tegen lucht- en watervervuiling. Van 15
september tot 20 november 1970 ligt de productie in de VS stil door een
staking.
In 1971 neemt GM een belang van 34,2% in het Japanse Isuzu. In Maleisië
werd Capital Motors Assembly overgenomen en omgevormd tot GM Malaysia BHD
dat in 1980 weer verkocht werd.
Er werd in 1972 ook een joint-venture aangegaan voor de vorming van GM
Iran. Daarvan bezat GM 45%.
In 1978 verliet het concern Iran weer. Een joint-venture met Shinjin Motor
in Zuid-Korea leidde tot de creatie van GM Korea. Het bedrijf wordt
achtereenvolgens hernoemd tot Saehan Motor en Daewoo Motor. GM behoudt een
50%-belang tot 1992. De oliecrisis van 1973 leidt tot een sterke stijging
in de verkoop van kleine Japanse auto's in de VS. De Amerikaanse
autoconcerns komen hierna in moeilijkheden.
In 1977 biedt GM de eerste Amerikaanse dieselmotor aan en in 1979 worden
nieuwe compacte voorwielaangedreven modellen geïntroduceerd. Er wordt $2
miljard in GM Europa geinvesteerd met ondermeer een assemblagefabriek in
Zaragoza, Spanje en een motorenfabriek in Oostenrijk.
In 1980 wordt een wereldwijde investering van $40 miljard aangekondigd om
over een termijn van 5 jaar de modellen en de fabrieken te moderniseren.
In Europa komen 5 nieuwe fabrieken; Drie in Spanje en 1 in Oostenrijk en
Noord-Ierland. GM incassert intussen haar eerste verlies sinds 1920.
Jaren 1980
In 1981 begint GM een samenwerking met Suzuki. In Taiwan wordt een belang
van 45% genomen in Hua Tung Automotive. Met dat bedrijf begint een
joint-venture voor de bouw van zware vrachtwagens, bussen en dieselmotoren.
In 1982 trok GM zich weer terug. Ondertussen blijven de Amerikaanse Grote
Drie terrein verliezen aan buitenlandse merken.
In 1983 gaat GM een joint-venture aan met Toyota. New United Motor
Manufacturing zal een kleine Chevrolet bouwen in Californië. Met Isuzu
begint een nieuwe joint-venture voor de bouw van lichte vrachtwagens in
Egypte. In het thuisland wordt intussen het Saturn-project opgestart voor
de ontwikkeling van kleinere auto's. Uiteindelijk werd Saturn een nieuw
merk.
In 1986 werd in het Verenigd Koninkrijk Lotus overgenomen.
In 1993 wordt Lotus weer verkocht aan Bugatti. GM trok zich dat jaar ook
terug uit Zuid-Afrika. Als resultaat van de modernisering begin jaren '80
worden 11 fabrieken met sluiting bedreigd.
In 1988 fuseren de twee Belgische fabrieken. Vanaf dan wordt er gedurende
de week in 2 shiften van 10 uur gewerkt en 's zaterdags 1. In Spanje komen
er met de toevoeging van de nachtshift 3 shiften.
In 1989 begint GM in Turkije te opereren en wordt 50% van Saab overgenomen.
Jaren 1990
In 1990 stelt GM met succes een elektrische auto voor. Naar aanleiding van
de verliezen die GM leed werd de sluiting van 21 fabrieken in
Noord-Amerika en het verlies van 74.000 banen aangekondigd. In 1992 begint
een grote reorganisatie. In 1993 stapt GM mee in een partnerschap met
Ford, Chrysler en de Amerikaanse overheid. Partnership for a New
Generation of Vehicles (PNGV) had de ontwikkeling van zuinige en
geavanceerde auto's tot doel. In 1995 stegen de verkopen buiten
Noord-Amerika voor het eerst boven de 3 miljoen eenheden. Van 5 juni tot
28 juli 1998 lag de productie in Noord-Amerika weer stil door een staking
ten gevolgde van massale ontslagen.
De 21ste eeuw
In 2000 ging GM een alliantie aan met het Italiaanse FIAT. GM bezat
daarbij 20% van FIAT en via allerlei joint-ventures werd samengewerkt. In
2005 werd die samenwerking weer beeïndigd. In Lansing, Michigan wordt $1
miljard geïnvesteerd in een nieuwe fabriek en ook in Brazilië en
Thailand wordt een gloednieuwe productiesite neergezet. Tenslotte werd in
2000 de stopzetting van het merk Oldsmobile aangekondigd. In 2001 gaat GM
een joint-venture aan met het Russische AvtoVAZ voor een SUV voor de
Russische markt. Volgend op de terroristische aanslagen op 11 september
2001 kondigt GM haar Keep America Rolling-0% interest-programma aan.
Na een maand steeg de verkoop reeds met 31%. In 2006 werd een onder druk
van aandeelhouder Kirk Kerkorian een alliantie met Renault-Nissan
onderzocht maar de onderhandelingen daarrond zijn afgesprongen.